Verkeer


home        

 

verkeersvormingsklassen Wijzigingen aan het verkeersreglement Alcoholcontroles
fietsexamen   Snelheidscontroles
Schoolbereikbaarheidskaart   Tarieven overtredingen
     
eindejaarscampagne "maak jezelf geen blaasjes wijs"
   

 

Veel gestelde vragen

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoe snel mag ik rijden met een personenauto + aanhangwagen?

In tegenstelling tot andere Europese landen gelden in België géén specifieke snelheidsbeperkingen voor auto's met aanhangwagens.
Voor zover de maximale toegelaten massa van de combinatie niet meer bedraagt dan 7,5 ton mag je op autosnelwegen en op wegen met tenminste 2x2 rijstroken (rijrichtingen gescheiden door fysieke middenberm) 120 km/u rijden.
Op de andere wegen geldt een snelheidsbeperking van 90 km/u en binnen de bebouwde kommen 50 km/u.

 


 

 

 

Mag een wagen of camionette met aanhangwagen het linkse rijvak gebruiken op een autosnelweg met 3 rijvakken?

Het verbod om van de linkerrijstrook gebruik te maken op wegen met drie of meer rijstroken is enkel van toepassing op autobussen, autocars en andere voertuigen en slepen met een maximale toegelaten massa van MEER DAN 7,5 ton.
Een gewone auto met aanhangwagen mag dit dus wel. Je moet enkel rekening houden met de maximale toegelaten massa van de combinatie.

 


 

 

 

Mag ik blootsvoets of met een plaaster aan de pols een voertuig besturen?

Artikel 8.3 van het verkeersreglement bevat een algemene regel die steeds van toepassing is:

"Elke bestuurder moet in staat zijn te sturen, en de vereiste lichaamsgeschiktheid en de nodige kennis en rijvaardigheid bezitten. Hij moet steeds in staat zijn alle nodige rijbewegingen uit voeren en voortdurend zijn voertuig of zijn dieren goed in de hand hebben.""

Het komt er dus op neer voldoende gezond verstand te gebruiken en er voor te zorgen dat je in ALLE verkeerssituaties snel en gepast kunt reageren. Blote voeten of onaangepast schoeisel kunnen de bestuurbaarheid van een voertuig op een negatieve manier beïnvloeden.
In geval van incidenten/ongevallen zal de politierechtbank oordelen of er al dan niet een overtreding heeft plaatsgevonden op artikel 8.3

 


 

 

 

Mag ik in mijn voertuig kopies van de boorddocumenten bewaren in plaats van de originele documenten om diefstal tegen te gaan?

Het gebruik van kopies van de boorddocumenten is NIET toegelaten, tenzij het voertuig officieel wordt verhuurd door verhuurbedrijven.
Enkel deze bedrijven kunnen van de Dienst Inschrijving Voertuigen te Brussel een bijzonder afschrift bekomen dat het originele inschrijvingsbewijs vervangt. Deze regel geldt ENKEL voor het inschrijvingsbewijs.

Alle boorddocumenten zoals inschrijvingsbewijs, verzekeringsbewijs, technische controle en gelijkvormigheidsattest moeten steeds origineel zijn.
Het gaat namelijk om officiële akten, net zoals uw identiteitskaart en rijbewijs. Kopieën van akten kunnen nooit rechtsgeldig zijn en verhinderen een degelijke controle door de bevoegde instanties.


 

 

 

Moeten bromfietsen altijd gebruik maken van het fietspad of mogen ze ook op de rijbaan rijden ?

De plaats op de openbare weg wordt bepaald door het artikel 9 van het verkeersreglement.

Indien er een berijdbaar fietspad aanwezig is, MOETEN bestuurders van bromfietsen klasse A dit fietspad volgen.

Bestuurders van bromfietsen klasse B zijn NIET verplicht om het fietspad te volgen en dit op voorwaarde dat er geen verkeersborden (type M.6. of M.7.) aangebracht zijn die anders bepalen (zie hieronder).

Het verkeersbord van het type M.6. VERPLICHT de bestuurder het fietspad te gebruiken.
Het verkeersbord van het type M.7. VERBIEDT de bestuurder het fietspad te gebruiken.

  M.6 M.7

 


 

 

 

Zijn stroboscooplichten (flikkerende lichten) op fietsen toegelaten?

De verplichting om permanent verlichting te voeren op een rijwiel wordt opgeheven.  Het een witte of gele licht vooraan en een rood licht achteraan, dewelke niet verblindend mogen zijn, moeten alleen aanwezig zijn én in werking zijn tussen het vallen van de avond en het aanbreken van de dag, en in alle omstandigheden wanneer het niet meer mogelijk is duidelijk te zien op een afstand van ongeveer 200 meter.

De verlichting, die in knipperstand mag werken, moet niet meer op het rijwiel zelf aangebracht worden.  Ze mag op de bagage, de kleding, het lichaam, het rijwiel zelf,… aangebracht worden.

Indien door het rijwiel een aanhangwagen getrokken wordt, moet de aanhangwagen achteraan een rood licht voeren zodra de omvang van de aanhangwagen het door het rijwiel gevoerde rood licht onzichtbaar maakt.

De lichten en reflectoren moeten altijd duidelijk zichtbaar zijn en goed uitkomen, alsook in goede staat zijn van onderhoud en werking.

 


 

 

 

Aanhangwagen getrokken door een fietser

Een aantal maatregelen moeten er voor zorgen dat minder mobiele mensen vervoerd kunnen worden in een aan een fiets gekoppelde aanhangrolstoel.

  • Alleen in aan fietsen gekoppelde aanhangwagens mogen passagiers worden vervoerd op voorwaarde dat de aanhangwagen speciaal uitgerust is voor het vervoer van passagiers.

  • De leeftijdsgrens van de vervoerde passagiers, bepaald op 8 jaar, wordt opgeheven.

  • Een aanhangwagen mag slechts twee passagiers vervoeren en moet zijn uitgerust met beveiligde zitplaatsen met een afdoende bescherming van handen, voeten en rug.

  • De fietser mag slechts één aanhangwagen trekken. 

  • De massa van een door een fiets getrokken aanhangwagen mag niet meer bedragen dan 80 kg, lading en passagiers inbegrepen.

  • Een aanhangwagen met een massa van meer dan 80 kg mag evenwel gebruikt worden wanneer hij beschikt van een remsysteem dat automatisch in werking wordt gesteld wanneer de fietser remt .

 


 

 

 

Heeft een fietser altijd voorrang?

De gevallen waarin een fietser voorrang geniet t.o.v. de autobestuurders worden in het verkeersreglement duidelijk bepaald.

Het spreekt voor zich dat een fietser die een kruispunt oprijdt, ook onderworpen is aan de voorrang van rechts (indien op dit kruispunt de voorrang van rechts van toepassing is). Een fietser is namelijk ook een "bestuurder". Een fietser die een rijbaan wil oversteken moet eveneens voorrang verlenen aan het normale verkeer. Hij geniet geen enkele voorrang bij het oversteken van een rijbaan, zelfs niet op de speciale oversteekplaats voor fietsers.
De fietser die op deze speciale oversteekplaats evenwel reeds begonnen is met het oversteken van de rijbaan op een ogenblik dat de rijbaan vrij was, mag zijn weg verderzetten indien er voertuigen naderen. Deze voertuigen zijn ingevolge artikel 40ter van de wegcode verplicht om te vertragen en zo nodig te stoppen om de overstekende fietser zijn weg te laten verderzetten.
Opmerking : een persoon die zijn fiets aan de hand leidt, is géén bestuurder maar wel een voetganger.

 


 

 

 

Bestaan er speciale reglementeringen voor de begeleiding van groepen motorrijders (wegkapiteins, signaalgevers, speciale kledij)?

Het verkeersreglement voorziet geen enkele bijzondere regeling voor groepen motorrijders, zoals dit wèl het geval is voor de wielertoeristen (art. 43bis).
Wegkapiteins, seingevers, verkeersbordjes en het stilleggen van het verkeer op kruispunten zijn voorlopig NIET voorzien voor groepen motorrijders.

 

 

Mag je met een motorfiets door een file rijden? (Motorfietsers die tussen de rijstroken rijden)

KB 1/12/1975 - Art 16.2bis.

Voor de motorfietsers, het sneller rijden tussen twee rijstroken of files dan de voertuigen die stoppen of traag rijden in die rijstroken of files, wordt niet als inhalen beschouwd, behalve voor de toepassing van artikel 17.2, 5°.

In dat geval mag de motorfietser evenwel niet sneller rijden dan 50 km per uur en mag het snelheidsverschil tussen de motorfietser en de voertuigen die zich in die rijstroken of files bevinden niet meer dan 20 km per uur bedragen.

Op autosnelwegen en autowegen moet hij daarenboven tussen de twee meest links gelegen rijstroken rijden.

 

Verder mag je uiteraard nooit de algemene verkeersregels uit het oog verliezen :

ART. 16.5 :

"Elke inhalende bestuurder moet zich zo ver als nodig is van de in te halen bestuurder verwijderen..."
De motorrijder moet dus een voldoende veilige afstand bewaren tussen zijn en het in te halen voertuig. De wet zegt niet hoeveel die afstand juist bedraagt. Bij een eventueel incident zal een bevoegde rechter hierover uitspraak doen. Het komt erop aan gezond verstand te gebruiken.

Een ander artikel beschermt de motorrijder enigszins:

ART. 16.7 :


"Elke bestuurder die op het punt staat links ingehaald te worden, moet zo ver mogelijk naar rechts uitwijken en mag zijn snelheid niet opvoeren."
Het is evident dat motorrijders hun snelheid moeten aanpassen aan de plaatselijke omstandigheden en zich moeten kunnen voorzien op mogelijke incidenten.
Het is NIET zo dat autobestuurders moeten uitwijken om motorrijders vrije doorgang te verlenen. Zij moeten zich
aanpassen aan de situatie op dat moment. Als de doorgang te smal wordt zodat de veiligheid in het gedrang komt, moeten zij wachten en in de rij aanschuiven. In geval van een aanrijding zal enkel een bevoegde rechtbank de zaak ten gronde kunnen onderzoeken en uitspraak doen.

Art 17.2 - 5° :

Het links inhalen van een gespan, van een tweewielig motorvoertuig of van een voertuig met meer dan twee wielen is verboden:

wanneer de in te halen bestuurder stopt voor een oversteekplaats voor voetgangers of een oversteekplaats voor fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen of deze oversteekplaatsen nadert op plaatsen waar het verkeer niet geregeld wordt door een bevoegd persoon of door verkeerslichten.

 


 

 

 

Moet men als motorrijder een parkeerticket nemen aan een parkeerautomaat? Zo ja, waar moet het ticket dan geplaatst worden?

Artikel 27.3.1.1° zegt ondermeer het volgende :

""Op plaatsen met parkeermeters of parkeerautomaten geschiedt het parkeren op de wijze en onder de voorwaarden die op deze toestellen zijn vermeld.""
Indien de parkeerautomaat geen speciale richtlijnen voorziet voor motorfietsen, dan betekent dit dat het parkeerticket verplicht moet aangebracht worden. Iedereen zal het echter met je eens zijn dat het reglement weinig open staat voor motorfietsen als het gaat over parkeren op plaatsen waar je verplicht bent een parkeerticket te leggen.

Je moet dus eerst de gebruiksvoorwaarden lezen die achterop de parkeerautomaat vermeld staan. Deze modaliteiten kunnen verschillen van plaats tot plaats. Je kan desgevallend meer inlichtingen inwinnen bij de lokale politiedienst.

 


 

 

 

Binnen welke termijn moet een proces-verbaal naar de overtreder verstuurd worden? Vervalt de boete indien het te laat verstuurd werd?

De wetgeving (K.B. van 16 maart 1968) voorziet dat het afschrift van een proces-verbaal aan de overtreder moet worden toegezonden binnen de veertien dagen volgend op de datum van de vaststelling.
Veel mensen vragen zich af wat er gebeurt indien deze termijn overschreden wordt.
Een proces-verbaal heeft bewijskracht tot het tegendeel bewezen wordt.
Indien de termijn van veertien dagen werd overschreden verliest dit PV zijn bewijskracht en wordt het in een PV van inlichtingen voor het parket.
Het bevoegde parket zal zich baseren op de inhoud ervan om al dan niet tot vervolging over te gaan.

 


 

 

 

Moet er een foto zijn als bewijsmateriaal van de snelheidsovertreding?

De foto geldt als extra bewijsmateriaal. In geval van radarcontroles wordt steeds een foto genomen. Bij betwisting kan het parket deze opvragen, ofwel op eigen initiatief, ofwel op vraag van de overtreder.
Snelheidsovertredingen kunnen echter ook vastgesteld worden door middel van de snelheidsmeter van het dienstvoertuig. In dit geval is er geen foto voorhanden. De snelheidsmeters van de dienstvoertuigen, gebruikt door de Provinciale Verkeerseenheden, worden regelmatig op hun juistheid getest door het radartoestel Multanova. De testresultaten liggen ter beschikking van het parket.

 


 

 

 

Wat is de straf op het bezit, en wat op het gebruik van een radardetector?

Het te koop aanbieden, gebruiken en bezitten van radardetectoren van gelijk welk type is in België verboden ingevolge de wet van 30 juli 1979 betreffende de radioberichtgeving (artikel 7).

De strafbepalingen voor het bij zich hebben van zulk toestel worden vastgelegd in art. 29bis en 62bis van het K.B. van 16-03-1968.

"ART. 29bis. Met gevangenisstraf van vijftien dagen tot drie maanden en met geldboete van 100 frank tot 1.000 frank, of met één van die straffen alleen wordt gestraft, hij die een overtreding begaan heeft van artikel 62bis. Deze straffen worden verdubbeld bij herhaling binnen drie jaar.
De uitrusting of elk ander middel bedoeld in datzelfde artikel wordt onmiddellijk in beslag genomen door de bevoegde personen zelfs indien ze niet aan de overtreder toebehoren. Ze worden verbeurdverklaard overeenkomstig de artikelen 42 en 43 van het Strafwetboek of artikel 216bis van het Wetboek van Strafvordering en worden vernietigd."

"ART. 62bis. Onverminderd de bepalingen van de wet van 30 juli 1979 betreffende de radioberichtgeving is het verboden elke uitrusting die of elk ander middel dat de vaststelling van overtredingen van deze wet en van de reglementen betreffende de politie over het wegverkeer, bemoeilijkt of verhindert of automatisch werkende toestellen bedoeld in
artikel 62 opspoort, bij zich te hebben."

Belangrijke opmerking : de straffen dienen te worden vermenigvuldigd met 200 opdeciemen. Dit betekent dat deze schommelen tussen 20.000 en 200.000 BEF.

 


 

 

 

Ritsen

We hebben het allemaal al wel eens meegemaakt : borden op de autosnelweg geven aan dat er enkele kilometers verder een rijstrook zal wegvallen. Gevolg, honderden meters verder begint iedereen al braaf aan te schuiven, terwijl de rijstrook die gaat wegvallen helemaal leeg blijft. Rijd je de file toch voorbij om pas op het einde in te voegen dan haal je de collectieve woede van tientallen aanschuivende chauffeurs op de hals. Er nog tussen geraken wordt moeilijk en sommigen blokkeren zelfs een eind voor de wegversmalling de weg. Nochtans, door beurtelings in te voegen aan de flessenhals zelf geraak je er eens zo snel door. Het toverwoord hierbij is ritsen !

Vanaf 2012 zal ritsen in ons land verplicht worden!

Veilig ritsen:

Als borden aankondigen dat jouw rijstrook gaat wegvallen:

  • blijf op je rijstrook rijden en benut de wegcapaciteit maximaal ; 
  • de auto’s op de blijvende rijstrook maken ruimte om je te laten invoegen ; 
  • haal zelf niet meer in en rijd gelijk op met de auto naast je die op de blijvende rijstrook rijdt ; 
  • houd beiden voldoende afstand tot de auto’s voor jullie ; 
  • rijd zo allebei door tot aan de eigenlijke rijstrookvermindering en voeg pas daar in ;
  • treuzel niet en sluit aan bij de auto voor je zodra je ingevoegd bent ; 
  • respecteer ook tijdens het ritsen de verkeersregels (richtingaanwijzers, ...) ; 
  • vermijd te allen tijde een ongeval.

En wat met de voorrang ? 

  • Als de linkerrijstrook wegvalt, moeten de bestuurders die van rijstrook veranderen voorrang verlenen omdat zij een manoeuvre uitvoeren. 
  • Als de rechterrijstrook wegvalt, geniet de meest rechtsrijdende bestuurder voorrang van doorgang omdat dit uitwijken naar links van deze bestuurder geen verandering van rijstrook of manoeuvre uitmaakt (1). 
    (1)Uitspraak Hof van Cassatie, nummers RC02AM2_1 van 2002-10-22 en RC00BO2_1 van 2000-11-24 

  • Bij een wegversmalling of rijstrookvermindering heeft de bestuurder, die de rechterrand van de rijbaan volgt dus altijd voorrang op het andere verkeer dat in dezelfde richting rijdt.

Een onverdraagzame bestuurder die van rijstrook verandert en opzettelijk de doorgang blokkeert :

  • voert een manoeuvre uit en moet dus voorrang verlenen aan bestuurders die op de blijvende rijstrook de file voorbijrijden om verderop te ritsen ;
  • begaat mogelijks enkele strafbare feiten zoals :
    • een daad van verkeersagressie
    • o opzettelijke belemmering van het verkeer.
  • Laat bij een ongeval met zo’ n chauffeur de omstandigheden heel exact in je verklaring noteren opdat de rechter hierover juist zou kunnen oordelen. 

Bron: www.ibsr-bivv.be

 


 

top

 

 

Rotondes

Wanneer je een rotonde op- of afrijdt, voer je strikt wettelijk gezien een manoeuvre uit, namelijk een
richtingverandering. De wegcode zegt het volgende bij het uitvoeren van een manoeuvre:

Artikel 13 :

Alvorens een manoeuvre of een beweging uit te voeren die een zijdelingse verplaatsing vereist of een wijziging van richting veroorzaakt, moet de bestuurder zijn voornemen tijdig genoeg kenbaar maken met de richtingsaanwijzers als het voertuig daarvan voorzien is of, zoniet en indien mogelijk, door een teken met de arm.
Deze aanduiding moet ophouden zodra de zijdelingse verplaatsing of de wijziging van richting uitgevoerd is.

Artikel 19 zegt echter:

Het oprijden van een rotonde wordt beschouwd als een richtingsverandering waarbij de richtingaanwijzers niet moeten gebruikt worden.
Het verlaten van een rotonde is een richtingsverandering waarbij de richtingaanwijzers wel gebruikt moeten worden.

 


 

 

 

 

Stel dat je een aanrijding hebt met een wagen van de federale politie, wie moet dan het proces verbaal opstellen?

Als je vroeger een aanrijding had met een voertuig van de rijkswacht werd het proces-verbaal opgesteld door de gemeentepolitie omdat de rijkswacht betrokken partij was. Wanneer je op dit moment een aanrijding zou hebben met een voertuig van de federale of lokale politie en je wenst dat er een proces-verbaal wordt opgesteld, laat je dat doen door de dichtstbijzijnde politiedienst belast met permanentie. Afhankelijk van de plaats van het ongeval zullen de feiten worden vastgesteld door een ploeg van de lokale of federale politie. Het parket geeft in samenwerking met experts de beslissende uitspraak.

Wie is aansprakelijk bij een ongeval?

We benadrukken dat de politiediensten geen uitspraken kunnen en mogen doen omtrent de schuldvraag bij ongevallen. Dit valt onder de bevoegdheid van de rechtbanken.

De omstandigheden waarin verkeersongevallen plaatsvinden zijn complex en bevatten een aantal factoren die door het parket en de verkeersdeskundigen van de verzekeringsmaatschappijen moeten beoordeeld worden aan de hand van de inhoud van het proces-verbaal en de verklaringen van de betrokken partijen, of via het opgemaakte aanrijdingsformulier indien er geen politiedienst ter plaatse is geweest.
Men moet dus het onderzoek en de beslissing van de rechtbank afwachten.

 


 

 

 

Voetganger

De gevallen waarin een voetganger voorrang geniet t.o.v. de autobestuurders worden in het verkeersreglement duidelijk bepaald.

Voetgangers mogen uiteraard niet zomaar blindelings een rijbaan zonder zebrapad beginnen over te steken. Het normale verkeer heeft hier voorrang. De voetganger mag pas oversteken indien de rijbaan vrij is.
De situatie ligt anders op de plaatsen waar een oversteekplaats voor voetgangers (zebrapad) aangelegd is en waar het verkeer niet geregeld wordt door verkeerslichten of een bevoegd persoon. Op deze plaatsen geniet de voetganger van de voorrang ingevolge artikel 40.4.2 Wegcode. Dit betekent evenwel niet dat hij blindelings mag oversteken zonder rekening te houden met de naderende voertuigen. Alvorens over te steken moet hij zich ervan vergewissen of de naderende voertuigen wel tijdig en veilig kunnen stoppen en of de bestuurder hem wel gezien heeft.

 


 

 

 

Mag ik op op mijn voertuig een oranje zwaailicht plaatsen in onveilige situaties (bv. ongeval…)?

Het gebruik van een oranje zwaailicht wordt strikt gereglementeerd in het koninklijk besluit van 15 maart 1968 betreffende de technische eisen waaraan de auto's, de aanhangwagens en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen.

Artikel 28 § 2.1°.c).5. bepaalt het volgende :

"De takelauto's en de voertuigen waarvan de breedte meer dan 3 m bedraagt moeten één of twee oranje-gele knipperlichten voeren die zodanig geplaatst zijn dat zij in alle richtingen zichtbaar zijn.
De voertuigen die speciaal bestemd zijn voor wegenhulp, de voertuigen die gebruikt worden voor de aanleg, het onderhoud, het toezicht of de controle van het wegennet en van de inrichtingen op, boven of onder de wegen, de
voertuigen gebruikt voor het opruimen van vuilnis, de trage voertuigen voor landbouwgebruik, de voertuigen gebruikt voor uitzonderlijk vervoer evenals de begeleidende voertuigen ervan en de door de Minister van Landsverdediging aangeduide voertuigen van de Krijgsmacht mogen een of twee oranje-gele knipperlichten voeren die zo geplaatst zijn dat zij in alle richtingen zichtbaar zijn.
Bij uitzondering kan de Minister van Verkeerswezen andere voertuigen toelaten een of twee oranje-gele knipperlichten te voeren.

Het artikel 51.1 van de Wegcode legt de gebruiksmodaliteiten uit van het oranje zwaailicht. Indien uw situatie niet vermeld staat in dit artikel is het verboden om gebruik te maken van een oranje zwaailicht".